Je vraagt niet om narigheid en verdriet, en toch krijg je het. En op dezelfde manier krijg je liefde: op een moment van totale overgave. Je kunt proberen vast te houden, maar daar werkt ze nooit aan mee. Liefde is, net als verdriet, onverwacht en ongrijpbaar. Ze komt en gaat en reageert niet op de manipulaties van het denken. 

Als je niet bij machte bent om liefde naar je toe te halen of pijn te laten verdwijnen, wat kun je dan anders dan je over te geven? En je overgeven houdt simpelweg in dat je aanvaardt wat het leven je brengt. Je accepteert het, want je kunt er helemaal niets aan doen.

Wanneer je iets aan verveling of verdriet probeert te doen, maak je het erger. Omdat dat 'gedoe' voortkomt uit je ego, uit je ontevredenheid over het leven. Uit de houding van 'ik' probeer het wel op te knappen. 

Na vele poging iets aan je emoties te 'doen' ga je uiteinderlijk de nutteloosheid van dat hele streven inzien. Er is niets meer te doen of anders gezegd: er is al genoeg gedaan. Het is al een hele uitdaging om te moeten leven met het gedoe dat al gedaan is.

Na verloop van tijd leren we dat 'minder' beter werkt dan meer. Meer moeten hebben, doen of weten. Minder prikkels, het leidt allemaal tot verdieping. En in die verdieping heeft de acceptatie van hier en nu de overhand. Als je eenmaal je eigen pijn kunt voelen, heb je de motivatie om het conflict in jezelf ten einde te brengen. Soms moeten we eerst de pijn ervaren om onszelf beter te leren kennen.

Ellende hoeft niet altijd verkeerd te zijn. Vaak is het een begin van iets mooiers. De mooie ziel die we vanaf de basis van ons leven zijn en die we onderweg in de steek hebben gelaten, mogen we weer volledig in de armen sluiten. Om zo te aanvaarden dat de pijn ons liet herinneren wie we werkelijk zijn (gedeeltelijk uit het boek van Paul Ferrini: Lichtpunten).